Inschattingsfouten bij selectie van voetbaltrainers
In aanloop naar de tweede seizoenshelft in de Eredivisie hebben zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan op het trainersvlak. Het ontslag van Co Adriaanse bij FC Twente. Ron Jans die aan het einde van het seizoen stopt bij Heerenveen, ondanks een reeks succesvolle wedstrijden. En Fred Rutten die na dit seizoen afscheid neemt van PSV. Op zichzelf zijn het losstaande situaties. Echter er tekent zich ook een patroon in af. De selectie van voetbaltrainers in het algemeen en de ‘mismatch’ die regelmatig in de praktijk plaatsvindt. Genoemde oorzaken hiervoor zijn inschattingsfouten, andere verwachtingen over de samenwerking, gebrek aan synergie tussen trainer, technische staf en spelers, en/of tegenvallende resultaten op het voetbalveld. Blijkbaar zijn besluitvormingsprocessen, voorafgaande aan de selectie van nieuwe trainers, geregeld niet effectief ingericht. Ze leveren immers niet het gewenste effect op. Het doel is namelijk synergie en succes op het voetbalveld. Maar het effect in de praktijk is dat de gewenste synergie tussen trainer en de club regelmatig stagneert. Met als gevolg een ontslag of dat de trainer voortijdig opstapt. Dit creëert onduidelijkheid en het kost extra tijd om een nieuwe trainer te zoeken.
In mijn beleving stappen veel voetbalclubs bij de selectie van een nieuwe trainer in een valkuil. FC Twente-voorzitter Joop Munsterman gaf bijvoorbeeld als reden voor het ontslag van Adriaanse dat een inschattingsfout is gemaakt. Het is naar mijn idee niet zozeer een inschattingsfout, maar een ‘denkfout’ in het besluitvormingsproces voorafgaande aan de selectie van nieuwe trainers. En mogelijk dezelfde denkfout nu wordt gemaakt met het benoemen van Steve McClaren tot nieuwe trainer van FC Twente, maar daarover later meer. Een besluitvormingsproces tot de selectie van een nieuwe trainer bestaat vaak uit gesprekken om te onderzoeken of er zowel een persoonlijke klik als inhoudelijke synergie is, aangevuld met referenties. De valkuil in dit proces is dat men enkel over ‘praatgedrag’ als informatiebron beschikt om te besluiten over de aanstelling van een nieuwe trainer. Praatgedrag is gedrag waarin trainers praten over hun kwaliteiten, opvattingen over het voetbal, en ervaringen en achtergronden. Uit onderzoek blijkt echter dat mensen inconsistenties vertonen tussen wat ze zeggen, praatgedrag, en wat ze daadwerkelijk doen in de praktijk, actiegedrag (Ardon, 2011). De inconsistentie tussen praat- en actiegedrag maakt het logischer dat de samenwerking in de praktijk anders uitpakt dan vooraf gedacht. In de situatie van FC Twente had met actiegedrag beter informatie verzameld kunnen worden over hoe de opvattingen van Adriaanse pasten binnen de voetbalcultuur en of er daadwerkelijk synergie was. Met andere woorden, actiegedrag is een betrouwbaardere informatiebron of de samenwerking tot synergie leidt in de praktijk.
De inconsistentie tussen praat- en actiegedrag maakt het ook logischer waarom met trainers als Adriaanse een inschattingsfout is gemaakt. Of dat Jans en Rutten voortijdig besluiten om weg te gaan. Iedereen wist hoe Jans werkte bij FC Groningen of Adriaanse bij onder andere AZ en Willem II. Maar niemand wist hoe deze trainers zouden werken in de voetbalculturen van Heerenveen en FC Twente. Elke voetbalcultuur is uniek en zorgt voor een andere synergie. Een manier om het proces te verbeteren is door het inbouwen van praktijkmomenten waarin men met elkaar samenwerkt en onderzoekt of ‘het’ wel echt werkt. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van proeftrainingen waar de nieuwe trainer, technische staf en spelers met elkaar werken. Deze praktijkervaringen zijn dan een informatiebron om te bepalen of er daadwerkelijk synergie is.
Met het aantrekken van Steve McClaren als opvolger van Adriaanse lijkt FC Twente nu dezelfde ‘fout’ te maken als met Adriaanse. Natuurlijk verdient McClaren door zijn resultaten in het verleden het voordeel van de twijfel. Toen bleek de combinatie van zowel het actiegedrag van McClaren als FC Twente een succesformule, wat leidde tot het eerste en tot nu toe enige landskampioenschap. Inmiddels is McClaren twee jaar en twee clubs verder met Bundesligaclub VfL Wolfsburg en Nottingham Forest. Ook FC Twente is ondertussen twee jaar en twee coaches verder met Michel Preud’homme en Co Adriaanse. Ofwel de situatie is anders. Gezien de korte termijn was het blijkbaar belangrijk om snel McClaren te benoemen. Snel weer rust in de tent. Ondertussen is vooral informatie over actiegedrag uit het verleden gebruikt om te besluiten of de combinatie McClaren en FC Twente wederom tot de gewenste synergie leidt. In het verleden behaalde resultaten bieden echter geen garantie voor de toekomst. Juist als het draait om wispelturige factoren zoals menselijk gedrag en voetbalculturen. Kortom door zowel praat- als actiegedrag een plek te geven in het proces verbetert de besluitvorming over nieuwe trainers. En zo voorkomt men dat inschattingsfouten worden gemaakt. Dit vraagt dan wel om een ander en wellicht langer proces, maar haastige spoed is in dit geval zelden goed. Hopelijk dit keer wel voor FC Twente, Munsterman, McClaren, de spelers, de supporters en het Nederlandse voetbal.
Auteur:
Simon van der Veer, voor reacties simon@twst.nl
Literatuur:
Ardon, A. (2011). Doorbreek de cirkel: Hoe managers onbewust verandering blokkeren. Business Contact.
